|
Interpretation:
|
Rond 1270 schreef Jacob der Maerlant Der naturen bloeme een middeleeuwse natuurencyclopedie, de eerste in de volkstaal. Daarin wordt de zogenaamde zeeridder beschreven. In de samenstelling en vertaling uit het Middelnederlands door Peter Burger leest men "Hij ziet er aan de voorkant uit als een ridder: op zijn kop draagt hij een helm van harde, ruwe huid, een soort leer of eelt en aan zijn ene zijde hangt een schild, dat lang, hol en tamelijk breed is en waarmee het dier zich kan beschermen tegen slagen en steken. Het schild, dat met sterke pezen aan zijn lichaam is gehecht, is driehoekig en ondoordringbaar. Met zijn in tweeën gespleten handen kan de zeeridder geduchte klappen uitdelen. Dit maakt hem tot een moeilijke prooi. Wanneer hij gevangen wordt en men probeert hem dood te slaan, doet men hem slechts met grote moeite pijn. Deze monsters komen voor in de zee rond Engeland."
In het boek "Aspekten van de laatgotiek in Brabant" behorend bij de gelijknamige tentoonstelling wordt verteld dat tijdens grote feestelijkheden van de Bourgondische hertogen figurerende zeeridders onderdeel waren van de festiviteiten.
|